CellWiki
Urinesedimenten
Algemeen - Erytrocyten
Pathologisch
De morfologische beoordeling van erytrocyten in urine speelt een belangrijke ondersteunende rol bij het vaststellen van de oorzaak van hematurie. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen nefrogene (glomerulaire) en urologische (niet-glomerulaire) oorzaken, op basis van specifieke kenmerken zoals de vorm van de erytrocyten (isomorf versus dysmorf), de mate van homogeniteit (monomorf versus polymorf) en de aanwezigheid van erytrocytencilinders. Bij niet-glomerulaire hematurie is het urinesediment doorgaans monomorf en zijn de erytrocyten isomorf van vorm. Daarentegen wordt glomerulaire hematurie gekenmerkt door polymorfie – het voorkomen van meerdere (meer dan twee) verschillende afwijkende erytrocytvormen – in combinatie met dysmorfie en de aanwezigheid van erytrocytencilinders.
Isomorf
Aanwijzingen voor een nefrogene oorzaak van hematurie zijn onder andere een voorgeschiedenis van nierziekten of systeemziekten, een positieve familieanamnese, relevante klinische klachten en afwijkende lichamelijke bevindingen. Laboratoriumonderzoek kan deze verdenking verder ondersteunen. Belangrijke indicatoren zijn onder andere afwijkingen op de urinestripanalyse, een afwijkend urinesediment met een verhoogd percentage dysmorfe erytrocyten (>40%), de aanwezigheid van >5% acanthocyten en/of erytrocytencilinders, een verhoogde eiwit/kreatinine-ratio of albumine/kreatinine-ratio in de ochtendurine, en tekenen van een gestoorde nierfunctie, zoals een verlaagde eGFR of een stijgend serumkreatinine.
Dysmorf
Internationale richtlijnen, zoals de EFLM European Urinalysis Guideline 2023 (hoofdstuk 6.2.4.4),  geven aanvullende informatie over een systematische benadering. Deze omvat onder andere een juiste monsterafname, snelle verwerking en gestandaardiseerde rapportage, die essentieel zijn voor een betrouwbare interpretatie.
Wijziging voorstellen
Kopieer
Download
Open alles
Sluit alles